Cappuccino

Naast ons in het restaurant kwamen een moeder met haar twee kinderen en oma zitten. Terwijl het jongste kindje krijste in de kinderstoel en afwisselend oma en mamma tevergeefs aanriep en sloeg, probeerde zijn broertje, luid zijn mantra ‘zagen zagen’ zingend, met het voorgedekte mes de vork door te zagen.

Oma en moeder waren al bij binnenkomst in een op heftige toon gevoerd gesprek gewikkeld wat zonder pauze aan tafel werd voortgezet. Zo nu dan verdwaalde een glimlach naar de zingende zager, wat maakte dat hij zijn zangsterkte en zaagritme even opvoerde.

Ik zag de serveerster naar het gemolesteerde bestek kijken, onzeker een stapje voorwaarts doen om de bestelling op te nemen en toen schouderophalend zich verwijderen.

We dronken onze cappuccino en genoten van zojuist uit de oven gekomen appeltaart, snel op tafel gebracht door een uiterst vriendelijke serveerster.

Toen wij na een tijdje vertrokken was er aan het tafeltje naast ons nog niets besteld. Terwijl de vrouwen onophoudelijk verder praatten was de bewoner van de kinderstoel opzij hangend in slaap gevallen. De zager bewerkte in stilte met succes de tafelrand.

Terug naar het Mastbos

Regen klettert op de ramen, afgevallen bladeren waaien voorbij en ik voel me in de wachtkamer zitten om bij de eerste rustige en zonnige herfstdag richting bos te gaan.

Ergens in mijn brein zit een prachtige herinnering aan vroeger, vast en zeker bijgeschaafd door het jaar na jaar na boven halen en weer opbergen, geweldiger gemaakt als een volksvertelling.

Uitgaan met het gezin was geen gewoonte toen, maar een hoge uitzondering. Maar eens op een herfstdag stapten we, vader, moeder en drie kinderen, voorbereid als gaande op wereldreis, in de trotse nieuwe aanwinst van mijn vader. De auto moest uitgeprobeerd worden.

De dag ervoor was mijn vader al druk in de weer. Plaid op de achterbank, nog even een laatste poetsbeurt en controleren van alles waar hij geen enkele invloed op had, behalve de gevulde tank en de bandenspanning. En uiteraard: de kaart bestuderen. Het was tenslotte niet niks helemaal naar het Mastbos. Ik drentelde vast en zeker nieuwsgierig meekijkend om hem heen. Ook mijn moeder had een taak. Een picknickmand moest worden gevuld en kleding klaargelegd die weerstand zou bieden aan het wilde bos. De spanning werd opgevoerd.

Dat niemand ziek was de volgende dag was best wel bijzonder. Meestal vertelden mijn ouders niets want anders was er altijd wel één van de drie kinderen zwak, ziek of misselijk. Deze keer ging alles goed. Zelfs wagenziekte achterin werd voor lief genomen met emmertje en extra stop. En zo kwamen we in de ochtend al aan in het verre geheimzinnige Mastbos, waar het vreemd rook, onbekende paddenstoelen groeiden, bladeren prachtig de bomen kleurden die tot in de hemel reikten, het geheimzinnig donker was met spookachtig vallende zonnestralen, en je zonder je alwetende vader zeker voor altijd zou verdwalen.

Bij de eerste tekenen van de herfst weet ik het zeker, ik moet naar het Mastbos op een rustige en zonnige herfstdag.

Helaas komt het er net zo weinig van als toen in mijn jeugd, maar de gelukkige herinnering aan die wonderlijke dag voel ik nog elke herfst.

Terugkijken

Het leven is een aaneenschakeling van fasen die we al doende leren beheersen, en nog voordat dat per fase perfect lukt, breekt vaak alweer een nieuwe aan.

Dat leerproces geldt ook voor oud zijn. Het heeft helaas één opvallend verschil met vorige periodes. Er is geen volgende levensfase.

Terugkijken in plaats van vooruit is dus volledig verklaarbaar en lijkt wel zo veilig en slim.

Leven bij de dag nog meer. Schrijf vandaag je geschiedenis waar je morgen graag op terug zou willen kijken. Morgen is het gelukkig weer vandaag.

En dat zijn nu wel heel veel levenswijsheden achter elkaar. De schrijver klinkt verdacht oud.

Lees verder “Terugkijken”